Robijnkeelkolibrie vs Hommelkolibrie
Archilochus colubris versus Selasphorus heloisa
Speel een quiz met Robijnkeelkolibrie en Hommelkolibrie
Robijnkeelkolibrie
Hommelkolibrie
Kort gezegd
De meest betrouwbare scheiding in het veld is de keel van de volwassen man: Robijnkeelkolibrie toont een scherp gedefinieerde, sterk iriserende robijnrode gorget (keelvlek) die vanuit sommige hoeken zwartachtig lijkt, terwijl de mannelijke Hommelkolibrie een magenta tot blauwachtig-paarse gorget heeft met uitlopende achterveren. Vrouwtjes en onvolwassen vogels zijn lastiger, maar de Hommelkolibrie toont altijd een kleine witte vlek achter het oog en meer uitgebreide kaneel- of buffkleur op de flanken, terwijl de Robijnkeel het oogvlekje mist en eenvoudigere onderdelen heeft. Grootte is ook een sterke aanwijzing: de Hommelkolibrie is merkbaar kleiner en compacter, met een kortere snavel en staart. In de vlucht zijn de staartvorm en kleurpatroon belangrijk: Robijnkeel vrouwtjes en juvenielen hebben ingesneden staarten met witte punten, terwijl de Hommelkolibrie een complexer staartpatroon toont met kaneel, zwart en bronzen groen, plus een brede witte punt. Het verspreidingsgebied is een belangrijke factor: Robijnkeel is algemeen in het oosten van Noord-Amerika, terwijl de Hommelkolibrie endemisch is in Mexico en slechts een zeldzame dwaalgast ten noorden daarvan.
Herkenningstips
- Kleur van de keel van de volwassen man: Robijnkeel toont een scherp gedefinieerde, iriserende robijnrode gorget die vanuit sommige hoeken zwartachtig lijkt; de Hommelkolibrie heeft een metallic magenta tot blauwachtig-paarse (of amethist-violette) gorget met uitlopende achterveren. Alleen mannelijke vogels tonen deze kenmerken.
- Witte vlek achter het oog: Aanwezig bij alle Hommelkolibries (beide seksen, alle leeftijden), afwezig bij Robijnkeel. Dit is een belangrijke markering voor vrouwtjes en onvolwassen vogels.
- Kleur van de flanken: De Hommelkolibrie toont uitgebreide roodachtige kaneel of buffkleur op de flanken (lichte buffkleur in S. h. margarethae), terwijl de Robijnkeel eenvoudigere, witachtige of grijzige onderdelen heeft met weinig of geen kleur op de flanken.
- Staartpatroon (vrouw/onvolwassen): Robijnkeel vrouwtjes en juvenielen hebben een ingesneden staart met buitenveren die in groen, zwart en wit zijn gebandeerd. De Hommelkolibrie heeft een complexer staart: centrale veren zijn bronzen groen met kaneel aan de basis, buitenveren met kaneel, zwart, bronzen groen en een brede witte (of off-white) punt. Vrouwelijke Hommelkolibries hebben meer zwart en minder kaneel in de staart dan de mannelijke.
- Staartvorm: Robijnkeel vrouwelijke/onvolwassen staarten zijn ingesneden; de staarten van de Hommelkolibrie zijn meer vierkant of iets afgerond, met de uitlopende witte punt die prominenter is in S. h. margarethae.
- Structuur van de snavel: De Hommelkolibrie heeft een korte, rechte, zwartachtige snavel; de snavel van de Robijnkeel is iets langer en slanker, vooral bij vrouwtjes.
- Grootte en structuur: De Hommelkolibrie is merkbaar kleiner en compacter, met een kortere snavel en staart. De Robijnkeel is groter en lijkt slanker, vooral wanneer hij zit.
- Vorm van de gorget (man): De gorgetveren van de Hommelkolibrie lopen uit en naar achteren, waardoor een stekelige of uitlopende uitstraling ontstaat; de gorget van de Robijnkeel is plat en scherp begrensd.
- Keelmarkeringen (vrouw/juveniel): Robijnkeel vrouwtjes/juvenielen hebben een witte keel, soms met doffe strepen of stippen; vrouwelijke Hommelkolibries hebben metallic bronzen vlekken op de keel.
- Kleur van de onderdelen: De Hommelkolibrie (vooral S. h. margarethae) kan pure witte onderdelen tonen, terwijl de Robijnkeel meer grijzig of vuil onder is.
- Vocalisaties: Indien gehoord, zijn het hoge, dunne, zeurende lied en het luide vleugelgeruis (vooral tijdens de vertoning) van de Hommelkolibrie kenmerkend; de Robijnkeel is stiller en minder waarschijnlijk te identificeren op geluid.
- Vertoningsgedrag: Mannelijke Hommelkolibries zweven voor vrouwtjes met de gorget uitgespreid en de staart omhoog, soms met verticale bewegingen; mannelijke Robijnkeels voeren duikvertoningen en snelle horizontale bogen uit.
- Verspreidingsgebied en context: De Robijnkeel is de standaard kolibrie in het oosten van Noord-Amerika; de Hommelkolibrie is endemisch in Mexico en slechts een zeldzame dwaalgast ten noorden daarvan. Als gezien in de VS buiten Mexico, is de Hommelkolibrie extreem onwaarschijnlijk, behalve in het zuiden van Arizona of Texas.
- Habitat: De Robijnkeel geeft de voorkeur aan tuinen, parken en bossen in zijn verspreidingsgebied; de Hommelkolibrie wordt vaker aangetroffen bij een verscheidenheid aan bloeiende planten, vooral op lage tot gemiddelde hoogtes in Mexicaanse habitats.
- Valstrikken: Onvolwassen mannelijke Robijnkeels kunnen zware keelmarkeringen tonen, maar nooit de metallic paarse of uitlopende gorget van de Hommelkolibrie. De keelvlekken van de vrouwelijke Hommelkolibrie zijn metallic, niet dof zoals bij de Robijnkeel. Controleer altijd op de witte oogvlek en de kleur van de flanken.
Grootte
De Hommelkolibrie is een van de kleinste kolibries, met een lengte van 5,9–7,5 cm en een gewicht van 2–2,7 g. De Robijnkeelkolibrie is groter (hier niet gespecificeerd, maar typisch rond de 7–9 cm en 2,5–4,5 g [avonet]), met mannetjes kleiner dan vrouwtjes. In directe vergelijking lijkt de Hommelkolibrie merkbaar kleiner en compacter, met een proportioneel kortere snavel en staart. Dit formaatverschil is vaak zelfs op afstand zichtbaar, vooral wanneer beide soorten bij dezelfde voederplaats of bloemenpatch worden gezien.
Verenkleed
Juveniele en vrouwelijke Robijnkeelkolibries missen de rode keel van de volwassen man en tonen in plaats daarvan een witte of licht gestreepte keel, een ingesneden staart met buitenveren die in groen, zwart en wit zijn gebandeerd, en een over het algemeen eenvoudige uitstraling. Juveniele mannetjes kunnen zwaardere keelmarkeringen tonen, maar hebben de volledige rode gorget niet. De Hommelkolibrie van beide seksen en alle leeftijden toont een kleine witte vlek achter het oog, een kenmerk dat afwezig is bij de Robijnkeel. Mannetjes hebben een metallic magenta tot blauwachtig-paarse gorget (donker amethist-violet in S. h. margarethae), met uitlopende achterveren, en kaneel of buffkleurige flanken. Vrouwtjes hebben metallic vlekken op de keel en meer kaneel of buffkleur op de flanken en onderstaartdeksels, met een staart die meer zwart en minder kaneel heeft dan die van het mannetje, en punten die off-white of puur wit zijn, afhankelijk van de ondersoort. Het staartpatroon bij de Hommelkolibrie is complexer, met bronzen groen, zwart en roodachtig kaneel, en een brede witte punt, terwijl de staarten van de vrouwelijke/onvolwassen Robijnkeel ingesneden en eenvoudig gebandeerd zijn. Het bovenste vleugelpatroon wordt niet als diagnostisch voor een van beide soorten beschreven.
Gedrag
Beide soorten zweven om te voeden en voeren paringsvertoningen uit, maar mannelijke Hommelkolibries worden opgemerkt voor het zweven voor vrouwtjes met de gorget uitgespreid en de staart omhoog, evenals het maken van ritmische verticale bewegingen. Mannelijke Robijnkeels voeren dramatische duikvertoningen en snelle horizontale bogen uit voor zittende vrouwtjes. De Hommelkolibrie wordt vaak gedomineerd door grotere kolibries, maar kan in hun territoria binnensluipen vanwege zijn kleine formaat. De Robijnkeel is waarschijnlijker de dominante kolibrie in het oosten van Noord-Amerika. Beide soorten kunnen langs een tak schuifelen, maar geen van beiden loopt of huppelt.
Habitat
De Robijnkeelkolibrie is wijdverspreid en algemeen in het oosten van Noord-Amerika tijdens het broedseizoen, met een voorkeur voor loof- of gemengde bossen, tuinen en parken, en overwintert in Midden-Amerika, Mexico en Florida. De Hommelkolibrie is endemisch in Mexico, met een voorkeur voor een verscheidenheid aan bloeiende planten op lage tot gemiddelde vegetatiehoogtes, en is slechts een zeldzame dwaalgast in de Verenigde Staten. Habitatoverlap is extreem zeldzaam, behalve in dwaalsituaties.
Geluid
Het lied van de Hommelkolibrie is een hoog, dun, zeurend 'sss ssssssssis' of 'seeuuuuu,' dat aan het einde vervaagt, en zijn roepen zijn hoge chips die vergelijkbaar zijn met andere Selasphorus-soorten. De vleugels van het mannetje produceren een luid, insectachtig gezoem, vooral tijdens de vertoning. De vocalisaties van de Robijnkeelkolibrie worden hier niet beschreven, maar zijn over het algemeen minder kenmerkend en stiller; vleugelgeluiden worden niet als een veldkenmerk benadrukt.