Motmot

Groene juweelkolibrie vs Witoorsaffierkolibrie

Lampornis amethystinus versus Basilinna leucotis

Speel een quiz met Groene juweelkolibrie en Witoorsaffierkolibrie

Groene juweelkolibrie (Lampornis amethystinus) Groene juweelkolibrie
Witoorsaffierkolibrie (Basilinna leucotis) Witoorsaffierkolibrie

Media

Laden…

Kort gezegd

Het meest betrouwbare veldkenmerk om de Groene juweelkolibrie van de Witoorsaffierkolibrie te scheiden, is de kleur en omvang van de keelvlek (gorget) bij volwassen mannetjes: de juweelkolibrie toont een schitterende rozenroze tot paarse gorget (variërend per ondersoort), terwijl de Witoorsaffierkolibrie een violet-blauwe kin en bovenkeel heeft met een metallic smaragdgroene onderkeel. Beide soorten hebben een gedurfde witte post-oculaire streep, maar die van de Witoorsaffierkolibrie is breder en opvallender, vooral bij mannetjes. De kleur van de snavel is ook een belangrijk verschil: mannelijke Witoorsaffierkolibries hebben een overwegend rode snavel met een zwarte punt, terwijl juweelkolibries een rechte zwarte snavel hebben bij beide geslachten. Juvenielen en vrouwtjes van beide soorten kunnen verwarrend zijn, maar het vrouwtje en de jonge juweelkolibrie tonen een kaneel- of bleke keel, niet de groengevlekte of effen grijsachtige onderdelen van de Witoorsaffier. Grootte en structuur zijn subtiel verschillend, waarbij de juweelkolibrie merkbaar groter en zwaarder is, en een bredere, licht gevorkte staart heeft.

Herkenningstips

  1. Keelkleur bij volwassen mannetjes: Zoek naar een schitterende rozenroze, paarse of blauwe gorget bij de Groene juweelkolibrie (kleur varieert per ondersoort), versus een violet-blauwe kin en smaragdgroene onderkeel bij de Witoorsaffierkolibrie. Dit is het meest betrouwbare kenmerk bij goed licht.
  2. Witte post-oculaire streep: Beide soorten hebben een witte streep achter het oog, maar deze is breder en opvallender bij de Witoorsaffierkolibrie, vooral bij mannetjes. Bij de juweelkolibrie is deze aanwezig maar minder gedurfd.
  3. Snavelkleur: Mannelijke Witoorsaffierkolibries hebben een overwegend rode snavel met een zwarte punt, terwijl beide geslachten van de juweelkolibrie een rechte zwarte snavel hebben. Vrouwelijke Witoorsaffierkolibries hebben een overwegend zwartachtige snavel met wat rood of oranje aan de basis; controleer zorgvuldig bij goed licht.
  4. Grootte en structuur: De juweelkolibrie is groter en robuuster, met een bredere, licht gevorkte staart. De Witoorsaffier is kleiner, lichter en lijkt delicater, met een meer geleidelijke staart.
  5. Kroon en gezicht: Mannelijke Witoorsaffierkolibries hebben een metallic paarse of blauwachtige paarse voorhoofd en een overwegend zwart gezicht, terwijl mannelijke juweelkolibries een donkergroene kroon en donkere aurikels hebben. Vrouwelijke Witoorsaffierkolibries hebben een dofbruine kroon, in contrast met de groene kroon van vrouwelijke juweelkolibries.
  6. Bovenste delen en staart: Mannen van de juweelkolibrie hebben een bronzen staart en zwartachtige bovenstaartdeksels; Witoorsaffierkolibries hebben heldere metallic groene tot bronzen groene bovenste delen met bronzen staart en deksels met roestkleurige randen.
  7. Onderste delen (vrouwtjes/immaturen): Vrouwelijke juweelkolibries hebben een kaneelkeel en dofgrijze onderdelen; vrouwelijke Witoorsaffierkolibries hebben bleke bruinachtige grijze tot grijsachtige witte onderdelen met metallic groene vlekken en missen de kaneeltinten.
  8. Staartpatroon: De staart van de juweelkolibrie is zwart met grijze tips op de buitenste veren en licht gevorkt; de staart van de Witoorsaffier is meer geleidelijk, met centrale veren bronzen groen en buitenste veren bronzen zwart met groene tips. Dit kan subtiel zijn, tenzij de staart is uitgespreid.
  9. Juveniele mannetjes: Jonge mannelijke juweelkolibries kunnen een paar roze keelveren vertonen; Witoorsaffierjuvenielen zijn niet goed beschreven, maar missen waarschijnlijk enige roze of kaneel in de keel.
  10. Habitatcontext: In montane altijdgroene of den-eik bossen is de juweelkolibrie waarschijnlijker; in randen, open plekken of tuinen, vooral op lagere hoogtes, heeft de Witoorsaffier de voorkeur.
  11. Gedrag: De Witoorsaffierkolibrie is agressiever en territoriaal bij voeders of bloemenbedden, vaak andere kolibries achtervolgend. De juweelkolibrie is minder territoriaal, behalve tijdens de balts.
  12. Balts: Als je mannelijke juweelkolibries ziet baltsen, maken ze luchtige lussen en duiken, meestal in de ochtend of avond.
  13. Vocalisaties: Als je een stille, complexe chatter hoort met een twee-syllabige intro, kan dit wijzen op de juweelkolibrie. De vocalisaties van de Witoorsaffier zijn niet onderscheidend voor veldscheiding.
  14. Ondersoortenvariatie: Wees je ervan bewust dat ondersoorten van de juweelkolibrie (vooral L. a. margaritae) gorgets kunnen hebben die violet tot koninklijk blauw zijn, wat mogelijk overlapt met de keelkleur van de Witoorsaffier, maar de algehele grootte, snavelkleur en gezichtspatroon zullen ze nog steeds scheiden.
  15. Valkuilen: In slecht licht kunnen de keelkleurens dof of vergelijkbaar lijken; vertrouw op snavelkleur, grootte en de gedurfde witte post-oculaire streep als back-upkenmerken. Juvenielen en vrouwtjes zijn het gemakkelijkst te verwarren—zoek naar kaneeltinten in de juweelkolibrie, groene vlekken in de Witoorsaffier.

Grootte

De Groene juweelkolibrie is duidelijk groter, met een lengte van 11.5–12.5 cm en een gewicht van 5–7.8 g (mannetjes) of 5–5.8 g (vrouwtjes) [wikipedia]. In tegenstelling hiermee is de Witoorsaffierkolibrie kleiner met 9–10 cm en lichter met 3.6 g (mannetjes) en 3.2 g (vrouwtjes) [wikipedia]. Dit formaatverschil is meestal duidelijk bij directe vergelijking of met ervaring, vooral in gebieden waar beide voorkomen. De juweelkolibrie lijkt ook robuuster en steviger, terwijl de Witoorsaffier verfijnder en wendbaarder lijkt.

Verenkleed

Gedrag

Beide soorten voeden zich met nectar en kleine insecten, maar de Witoorsaffierkolibrie is opmerkelijk territoriaal, verdedigt voedgebieden zelfs tegen grotere kolibries. De Groene juweelkolibrie is meestal niet territoriaal, hoewel mannetjes een territorium kunnen verdedigen tijdens de balts. De Witoorsaffierkolibrie zoekt vaak voedsel op lagere tot gemiddelde hoogtes en is waarschijnlijker te zien terwijl hij snelle, geheime voedseltochten maakt in de territoria van andere vogels. De juweelkolibrie vertoont luchtige lussen en duiken, meestal in de ochtend en avond.

Habitat

De Groene juweelkolibrie is beperkt tot montane altijdgroene en den-eik bossen in Mexico en het noorden van Midden-Amerika, typisch op hoogtes van 900 tot 3.000 m. De Witoorsaffierkolibrie heeft een breder bereik, van het zuidwesten van de VS tot Nicaragua, en wordt aangetroffen in een grotere verscheidenheid aan bosachtige habitats, inclusief randen, open plekken en tuinen, vaak op vergelijkbare hoogtes maar soms lager. Overlap is mogelijk in Mexico, maar de Witoorsaffier is waarschijnlijker in verstoorde of randhabitats.

Geluid

Het lied van de Groene juweelkolibrie is een stille, complexe chatter met een twee-syllabige inleidende zin en tot negen complexe zinnen; beide geslachten zingen. Roepen omvatten aanhoudend zoemen, korte snelle klikken (territoriaal), en scherpe fluiten (balts). De vocalisaties van de Witoorsaffierkolibrie zijn niet gedetailleerd in de aantekeningen, dus zijn niet betrouwbaar diagnostisch voor scheiding.

Stuur een betere beschrijving

Gebruik dezelfde onderdelen als de vergelijking. Je tekst staat meteen live.

The most reliable field mark to separate Amethyst-throated Mountain-gem from White-eared Hummingbird is the color and extent of the throat patch (gorget) in adult males: the Mountain-gem shows a brilliant rosy pink to violet gorget (varying by subspecies), while the White-eared Hummingbird has a violet-blue chin and upper throat with metallic emerald green lower throat. Both species have a bold white post-ocular stripe, but the White-eared Hummingbird's is broader and more striking, especially in males. Bill color is also a key difference: male White-eared Hummingbirds have a mostly red bill with a black tip, while Mountain-gems have a straight black bill in both sexes. Juveniles and females of both species can be confusing, but the Mountain-gem female and young show a cinnamon or pale throat, not the green-spotted or plain grayish underparts of the White-eared. Size and structure are subtly different, with the Mountain-gem being noticeably larger and heavier, and having a broader, slightly forked tail.

  1. Throat color in adult males: Look for a brilliant rosy pink, violet, or blue gorget in Amethyst-throated Mountain-gem (color varies by subspecies), versus a violet-blue chin and emerald green lower throat in White-eared Hummingbird. This is the most reliable mark in good light.
  2. White post-ocular stripe: Both species have a white stripe behind the eye, but it is broader and more striking in White-eared Hummingbird, especially in males. In Mountain-gem, it is present but less bold.
  3. Bill color: Male White-eared Hummingbirds have a mostly red bill with a black tip, while both sexes of Mountain-gem have a straight black bill. Female White-eareds have a mostly blackish bill with some red or orange at the base; check carefully in good light.
  4. Size and structure: Mountain-gem is larger and bulkier, with a broader, slightly forked tail. White-eared is smaller, lighter, and appears more delicate, with a more graduated tail.
  5. Crown and face: Male White-eared Hummingbirds have a metallic violet or bluish violet forehead and a mostly black face, while Mountain-gem males have a dark green crown and dark auriculars. Female White-eareds have a dusky brown crown, contrasting with the green crown of Mountain-gem females.
  6. Upperparts and rump: Mountain-gem males have a bronze rump and blackish uppertail coverts; White-eareds have bright metallic green to bronze green upperparts with bronzy rump and covert feathers edged rusty.
  7. Underparts (females/immatures): Female Mountain-gems have a cinnamon throat and dusky gray underparts; White-eared females have pale brownish gray to grayish white underparts with metallic green spots and lack the cinnamon tones.
  8. Tail pattern: Mountain-gem's tail is black with gray tips on outer feathers and slightly forked; White-eared's tail is more graduated, with central feathers bronze green and outer feathers bronzy black with green tips. This can be subtle unless the tail is fanned.
  9. Juvenile males: Young Mountain-gem males may show a few pink throat feathers; White-eared juveniles are not well described but likely lack any pink or cinnamon in the throat.
  10. Habitat context: In montane evergreen or pine-oak forest interiors, Mountain-gem is more likely; in edges, clearings, or gardens, especially at lower elevations, White-eared is favored.
  11. Behavior: White-eared Hummingbird is more aggressive and territorial at feeders or flower patches, often chasing other hummingbirds. Mountain-gem is less territorial except during display.
  12. Display: If observed displaying, Mountain-gem males perform aerial loops and dives, usually in the morning or evening.
  13. Vocalizations: If you hear a quiet, complex chatter with a two-syllable intro, it may indicate Mountain-gem. White-eared's vocalizations are not distinctive for field separation.
  14. Subspecies variation: Be aware that Mountain-gem subspecies (especially L. a. margaritae) can have gorgets that are violet to royal blue, potentially overlapping with White-eared's throat color, but the overall size, bill color, and face pattern will still separate them.
  15. Pitfalls: In poor light, the throat colors may appear dull or similar; rely on bill color, size, and the boldness of the white post-ocular stripe as backup marks. Juveniles and females are most easily confused—look for cinnamon tones in Mountain-gem, green spotting in White-eared.

Amethyst-throated Mountain-gem is distinctly larger, measuring 11.5–12.5 cm in length and weighing 5–7.8 g (males) or 5–5.8 g (females) [wikipedia]. In contrast, White-eared Hummingbird is smaller at 9–10 cm and lighter at 3.6 g (males) and 3.2 g (females) [wikipedia]. This size difference is usually apparent in direct comparison or with experience, especially in areas where both occur. The Mountain-gem also appears bulkier and more robust, while the White-eared is daintier and more agile.

  • Juveniles/immatures: Juvenile Amethyst-throated Mountain-gems resemble females, with dusky gray underparts and a cinnamon throat (males may show a few pink throat feathers). Juvenile White-eared Hummingbirds are not described in detail, but likely resemble adult females, with pale brownish gray to grayish white underparts and metallic green spots, lacking the cinnamon tones of Mountain-gem.
  • Adult males: Amethyst-throated Mountain-gem males have a dark green crown and back, bronze rump, blackish uppertail coverts, and a brilliant rosy pink (or violet/blue in some subspecies) gorget. The breast and belly are dusky gray, undertail coverts pale buff. White-eared Hummingbird males have a metallic violet or bluish violet forehead, black face, broad white post-ocular stripe, bright metallic green to bronze green upperparts, and a violet-blue chin/upper throat with metallic emerald green lower throat. Their underparts are bronze to bronze green with a dull grayish white center.
  • Adult females: Female Mountain-gems are similar to males but with a cinnamon throat and duller overall color. Female White-eared Hummingbirds have a dusky brown crown, lack the brilliant throat, and show pale brownish gray to grayish white underparts with metallic bronze green spots. Both have a white post-ocular stripe, but it is broader and more obvious in White-eared.
  • Tail: Mountain-gem has a broad, slightly forked tail, black with gray tips on outer feathers. White-eared Hummingbird's tail is more graduated, with central feathers bronze green and outer feathers bronzy black with green tips.

Both species feed on nectar and small insects, but White-eared Hummingbird is notably territorial, defending feeding areas even against larger hummingbirds. Amethyst-throated Mountain-gem is usually not territorial, though males may defend a territory during display. White-eared Hummingbird often forages at lower to mid-levels and is more likely to be seen making quick, secretive feeding forays into other birds' territories. Mountain-gem displays include aerial loops and dives, usually in the morning and evening.

Amethyst-throated Mountain-gem is restricted to montane evergreen and pine-oak forests in Mexico and northern Central America, typically at elevations from 900 to 3,000 m. White-eared Hummingbird has a broader range, from the southwestern U.S. to Nicaragua, and is found in a wider variety of wooded habitats, including edges, clearings, and gardens, often at similar elevations but sometimes lower. Overlap is possible in Mexico, but White-eared is more likely in disturbed or edge habitats.

Amethyst-throated Mountain-gem's song is a quiet, complex chatter with a two-syllable introductory phrase and up to nine complex phrases; both sexes sing. Calls include persistent buzzing, short rapid clicks (territorial), and shrill whistles (display). White-eared Hummingbird's vocalizations are not detailed in the notes, so are not reliably diagnostic for separation.

Wijzigingen weggooien?

Je hebt niet-opgeslagen wijzigingen. Als je nu weggaat, gaan die verloren.

Groene juweelkolibrie · Witoorsaffierkolibrie · Mijn lastige vogels