Afrikaanse bosuil vs Afrikaanse velduil
Strix woodfordii versus Asio capensis
Speel een quiz met Afrikaanse bosuil en Afrikaanse velduil
Afrikaanse bosuil
Afrikaanse velduil
Kort gezegd
Het beste veldkenmerk om de Afrikaanse bosuil van de Afrikaanse velduil te scheiden, is de aanwezigheid van kleine, vaak onzichtbare oorpluimen op de Afrikaanse velduil, in tegenstelling tot het volledig ronde, pluimloze hoofd van de Afrikaanse bosuil. In de vlucht of zittend, let op de bleke buffkleurige gezichtsdisc van de Afrikaanse velduil met een donkere rand en mogelijke oorpluimen, vergeleken met het donkere, ronde hoofd van de Afrikaanse bosuil met witte wenkbrauwen en zonder pluimen. Juveniele Afrikaanse bosuilen zijn bleker roestkleurig, terwijl Afrikaanse velduilen minder leeftijdsgebonden kleurverandering vertonen. Beide zijn middelgrote, donkerogige uilen, maar hun hoofdvorm en gezichtsstructuren zijn consistent diagnostisch. Habitat kan ook helpen: de Afrikaanse bosuil is een bossoort, de Afrikaanse velduil geeft de voorkeur aan open graslanden en moerassen.
Herkenningstips
- Oorpluimen: De Afrikaanse velduil heeft kleine, aardebruine oorpluimen die dicht bij het midden van het voorhoofd zijn geplaatst; deze zijn misschien moeilijk te zien, maar zijn nooit aanwezig op de Afrikaanse bosuil. Als je pluimen ziet, is het de Afrikaanse velduil.
- Hoofdvorm: De Afrikaanse bosuil heeft een perfect rond, 'Strix-achtig' hoofd zonder pluimen; het hoofd van de Afrikaanse velduil is pompoenvormig en kan minder rond lijken, vooral als pluimen zichtbaar zijn.
- Gezichtsdisc: De Afrikaanse velduil toont een bleke buffkleurige gezichtsdisc met een sterke donkere rand en buffkleurige spikkels, plus een donker gebied rond de ogen. Het gezicht van de Afrikaanse bosuil is donkerder, met grote donkere ogen omlijst door witte 'wenkbrauwen' en een gele snavel.
- Juveniele verenkleed: Juveniele Afrikaanse bosuilen zijn bleker roestkleurig, zonder sterke gezichtscontrast; juveniele Afrikaanse velduilen vertonen deze roestkleurige fase niet.
- Onderdelen: De Afrikaanse bosuil heeft een witte buik met bruine streepjes; de onderdelen van de Afrikaanse velduil worden niet als gestreept beschreven, en de algehele tint is meer uniform donkerbruin.
- Staartpatroon: De staart van de Afrikaanse velduil is donkerbruin met bleke buffkleurige streepjes en een witachtige punt—let hierop in de vlucht of wanneer hij zittend met zichtbare staart is. Het staartpatroon van de Afrikaanse bosuil wordt niet als onderscheidend beschreven.
- Potent en tenen: De tarsi en tenen van de Afrikaanse velduil zijn bedekt met bleke tawny-buff veren, met donkere bruine punten aan de tenen; dit is zichtbaar van dichtbij. De beenbedekking van de Afrikaanse bosuil wordt niet als diagnostisch genoteerd.
- Snavelkleur: De Afrikaanse bosuil heeft een prominente gele snavel; de snavelkleur van de Afrikaanse velduil wordt niet beschreven, maar de gele snavel valt op bij de Afrikaanse bosuil.
- Geslachtsverschillen: Mannelijke Afrikaanse velduilen zijn over het algemeen bleker dan vrouwelijke, maar dit is subtiel en geen primair veldkenmerk.
- Grootte en structuur: De Afrikaanse velduil is iets groter en heeft langere vleugels, maar de grootte-overlap is aanzienlijk; gebruik met voorzichtigheid tenzij extremen worden gezien.
- Zittende houding: De Afrikaanse bosuil heeft de neiging om hoog in dichte dekking te zitten, vaak goed verborgen; de Afrikaanse velduil kan lager of op de grond in open gebieden zitten.
- Habitat: Bos of dichte bossen wijzen op de Afrikaanse bosuil; open moeras of grasland wijst op de Afrikaanse velduil.
- Vocalisaties: Als je een duet hoort van snelle, duidelijke hoots (mannelijk) en hogere, meer ontspannen hoots (vrouwelijk), is het de Afrikaanse bosuil. De roep van de Afrikaanse velduil wordt hier niet beschreven.
- Vluchtzicht: In de vlucht, let op de lange vleugels en staart van de Afrikaanse velduil, de bleke gezichtsdisc en mogelijke oorpluimen; de Afrikaanse bosuil zal compacter lijken, met een rond hoofd en zonder pluimen.
- Valstrikken: In slecht licht kunnen de oorpluimen van de Afrikaanse velduil onzichtbaar zijn en kan zijn hoofd rond lijken; controleer altijd het patroon van de gezichtsdisc en het habitat als backup.
Grootte
Beide soorten zijn middelgrote uilen, maar de Afrikaanse velduil is gemiddeld iets groter, met een lengte van 31–38 cm en een gewicht van 225–485g, vergeleken met de Afrikaanse bosuil van 30,5–35 cm en 240–350g. Er is overlap, maar zeer grote of zeer kleine individuen kunnen wijzen op respectievelijk de Afrikaanse velduil of de Afrikaanse bosuil. De vleugels en staart van de Afrikaanse velduil zijn proportioneel langer, passend bij zijn gewoonten in open gebieden, terwijl de Afrikaanse bosuil compacter is voor manoeuvreren in het bos.
Verenkleed
Juveniele Afrikaanse bosuilen zijn over het algemeen bleker roestkleurig, zonder het sterke gezichtscontrast van de Afrikaanse velduil op elke leeftijd. Volwassen Afrikaanse bosuil heeft een rijke bruine, ronde kop met witte vlekken, gedurfde witte wenkbrauwen en een gele snavel; de onderdelen zijn wit met bruine streepjes. De Afrikaanse velduil daarentegen heeft een bleke buffkleurige gezichtsdisc met een duidelijke donkere rand, een donker gebied rond de ogen en kleine, soms verborgen oorpluimen. Zijn hoofd is pompoenvormig, niet echt rond, en de staart is donkerbruin met bleke buffkleurige streepjes en een witachtige punt. De tarsi en tenen van de Afrikaanse velduil zijn bedekt met bleke buffkleurige veren, terwijl de beenbedekking van de Afrikaanse bosuil niet als onderscheidend wordt beschreven. Mannelijke Afrikaanse velduilen kunnen bleker zijn dan vrouwelijke, maar dit is subtiel. In alle leeftijden zijn de gezichtsdisc en mogelijke oorpluimen van de Afrikaanse velduil essentieel, terwijl de Afrikaanse bosuil altijd pluimloos en rondhoofd is.
Gedrag
De Afrikaanse bosuil rust alleen of in paren hoog in dichte bosbedekking gedurende de dag, vaak goed verborgen. De Afrikaanse velduil is waarschijnlijker te zien in open gebieden, soms op de grond of op lage zitplaatsen, en is aangepast aan het jagen boven grasland en moerassen. Beide zijn nachtdieren, maar de Afrikaanse bosuil is strikter bosbewonend en minder waarschijnlijk te zien in open gebieden.
Habitat
Habitat is een sterke aanwijzing: de Afrikaanse bosuil is de meest voorkomende bosuil in Afrika, te vinden in bosrijke gebieden en dichte dekking. De Afrikaanse velduil, zoals de naam al aangeeft, bewoont open graslanden, moerassen en soortgelijke open-land habitats. Als de vogel wordt opgeschrikt uit of jaagt boven open moeras of grasland, is de Afrikaanse velduil veel waarschijnlijker; in dichte bossen wordt de Afrikaanse bosuil verwacht.
Geluid
De Afrikaanse bosuil geeft een kenmerkend duet: de mannelijke produceert snelle, duidelijke hoots in series (WHU-hu, WHU-hu-hu, hu-hu), waarbij de vrouwelijke antwoordt met hogere, meer ontspannen hoots. De roep is luid, verdragend en vaak te horen na de schemering. De vocalisaties van de Afrikaanse velduil worden niet beschreven in de verstrekte aantekeningen, dus de stem is geen betrouwbare scheiding tenzij het volledige duet van de Afrikaanse bosuil wordt gehoord.
Afrikaanse bosuil · Afrikaanse velduil · Mijn lastige vogels