Alk vs Zeekoet
Alca torda versus Uria aalge
Speel een quiz met Alk en Zeekoet
Alk
Zeekoet
Kort gezegd
Het meest betrouwbare veldkenmerk tussen Alk en Zeekoet is de snavel: Alk heeft een dikke, diepe, stomp eindigende snavel met duidelijke groeven en een witte lijn in broedkleed, terwijl de snavel van de Zeekoet lang, dun en puntig is. In de vlucht toont de Alk een duidelijk langere, wigvormige staart en een compacter, robuuster profiel, terwijl de Zeekoet een korte, ronde staart en een slanker silhouet heeft. Het volwassen kleed is oppervlakkig vergelijkbaar (zwart boven, wit onder), maar het gezicht van de Alk is donkerder in het broedseizoen en toont een witte lijn van het oog naar de snavel. Juveniele en eerste-winter vogels worden in de bronnen niet sterk gedifferentieerd, dus structuur en snavelformaat blijven op alle leeftijden belangrijk. Beide soorten zijn koloniale klifbroeders, maar de Alk is iets kleiner en robuuster.
Herkenningstips
- Snavelvorm is het meest betrouwbare veldkenmerk op alle leeftijden en seizoenen: Alk heeft een dikke, diepe, lateraal samengedrukte snavel met een stomp uiteinde en (in broed) een witte verticale lijn; de snavel van de Zeekoet is lang, dun en scherp puntig. Dit is zelfs op afstand met een verrekijker zichtbaar.
- Staartvorm en -lengte: Alk heeft een duidelijk langere, wigvormige staart met centrale veren die uitsteken, wat een puntige uitstraling geeft wanneer hij zit of in de vlucht is. De staart van de Zeekoet is kort en rond.
- Hoofd- en gezichtspatroon in broedkleed: Het hoofd van de Alk is diep zwart met een dunne witte lijn van het oog naar de snavel; het hoofd van de Zeekoet is zwart of donkerbruin (afhankelijk van de ondersoort) zonder zo'n lijn. Bridled Zeekoeten hebben een witte oogring en lijn die naar achteren uitstrekt, niet naar voren naar de snavel.
- Niet-broed (winter) gezicht: Beide soorten ontwikkelen wit op het gezicht in de winter, maar het wit van de Alk bevindt zich achter het oog en de keel, en de snavellijn vervaagt; het witte gezicht van de Zeekoet heeft een donkere uitsteeksel achter het oog, en de snavel blijft dun en donker.
- Lichaamsstructuur: Alk is robuust, stevig en compact, met een kortere nek en diepere borst; de Zeekoet is langer, slanker en rechter wanneer hij zit.
- Vluchtprofiel: Alk lijkt compact met een lange staart en korte nek; de Zeekoet lijkt langer, met een korte staart en een gestroomlijnd lichaam.
- Snavelkleur en groeven: De snavel van de Alk toont verticale groeven en een witte lijn in broed; de snavel van de Zeekoet is eenvoudig donker en toont nooit groeven of witte lijnen.
- Kleur van het kleed: Het zwart van de Alk is dieper en glanzender op het hoofd en de rug in broed; de Zeekoet kan donkerbruin lijken, vooral in zuidelijke kolonies.
- Juveniele/eerste-winter kleed: Er worden geen sterke verschillen beschreven; vertrouw op snavel en structuur.
- Kleur van de poten: Beide soorten hebben donkere poten; zeldzame Zeekoeten kunnen geel-grijs vertonen, maar dit is uitzonderlijk en niet nuttig voor scheiding.
- Voedingsgedrag: Alk kan meerdere kleine vissen brengen, de Zeekoet draagt typisch één vis tegelijk dwars in zijn snavel. Dit is het meest zichtbaar bij kolonies.
- Nestlocatie: Als gezien bij een nest, geeft de Alk de voorkeur aan kieren of onder stenen; de Zeekoet nestelt op open richels.
- Koloniedichtheid: Zeekoet kolonies zijn veel dichter en luidruchtiger; de Alk is meer verspreid en minder talrijk.
- Grootte in directe vergelijking: De Zeekoet is groter en zwaarder, maar de grootte-overlap is aanzienlijk; gebruik alleen met voorzichtigheid.
- Stem: Niet betrouwbaar te scheiden in het veld met de gegeven informatie.
Grootte
Alk is iets kleiner en lichter dan Zeekoet. Alk meet 37–39 cm in lengte met een gemiddeld gewicht van 505–890 g [wikipedia], terwijl de Zeekoet 38–46 cm lang is en 775–1.250 g weegt [wikipedia]. De Zeekoet is merkbaar zwaarder, vooral in noordelijke populaties. De vleugelspanwijdte is ook groter bij de Zeekoet (61–73 cm) vergeleken met de Alk (niet gespecificeerd, maar de vleugellengte is korter). In het veld lijkt de Zeekoet vaak langer en slanker, terwijl de Alk compacter en robuuster lijkt.
Verenkleed
Er zijn geen onderscheidende juveniele of onvolwassen bovenvleugelpatronen beschreven voor beide soorten, dus scheiding is afhankelijk van structuur en volwassen kleed. In broedkleed heeft de Alk een zwart hoofd, nek en rug met een witte buik, en een diagnostische dunne witte lijn die van het oog naar het einde van de snavel loopt. Zijn hoofd is donkerder dan dat van de Zeekoet. In niet-breedkleed wordt de keel en het gezicht van de Alk achter het oog wit, en de witte lijn op het gezicht en de snavel vervaagt. De Zeekoet in broedkleed is zwart (of donkerbruin bij sommige zuidelijke vogels) boven en wit onder, met een dunne, donkere, puntige snavel en een kleine, ronde zwarte staart. In de winter wordt het gezicht van de Zeekoet wit met een donker uitsteeksel achter het oog, soms met donkere flankstrepen. Sommige Zeekoeten ("bridled" morf) tonen een witte oogring en lijn, maar dit is een dunne, complete ring die naar achteren uitstrekt, geen lijn naar de snavel. Eerste-winter Zeekoeten lijken op volwassenen in winterkleed, maar kunnen meer wit rond de keel behouden. De snavelgroeven en witte lijn van de Alk zijn minder uitgesproken in niet-breedkleed, maar de snavel blijft diep en stomp. De snavel van de Zeekoet is altijd dun en puntig.
Gedrag
Beide soorten zijn koloniale klifbroeders en brengen het grootste deel van hun leven op zee door, alleen naar het land komend om te broeden. De Alk nestelt meestal in kieren of onder stenen, terwijl de Zeekoet de voorkeur geeft aan open klifrichels. De Alk vormt levenslange paren en is waarschijnlijker in paren of kleine groepen te zien, terwijl de Zeekoet dichte, luidruchtige kolonies vormt. In de vlucht lijkt de Alk compacter met snelle vleugelslagen en een langere staart, terwijl de Zeekoet slanker lijkt en met een rechter profiel vliegt. Beide duiken naar vissen, maar de Alk kan dieper duiken (tot 120 m) en spreidt zich vaak uit om te voeden, terwijl de Zeekoet ook een diepe duiker is maar typisch slechts één vis tegelijk in zijn snavel draagt. Beide soorten voeren hun jongen met enkele vissen, maar de Alk kan frequentere, kleinere ladingen afleveren.
Habitat
Beide soorten broeden op rotsachtige kliffen en eilanden in de Noord-Atlantische Oceaan. De Alk kiest vaak meer verborgen nestplaatsen in kieren of onder stenen, terwijl de Zeekoet nestelt in dichte aggregaties op open klifrichels. Op zee zijn beide pelagisch buiten het broedseizoen en kunnen ze samen in gemengde groepen worden gezien, maar de Alk is over het algemeen minder talrijk en meer kustgebonden in sommige gebieden. Er is aanzienlijke overlap in habitat, dus context alleen is niet diagnostisch.
Geluid
Er zijn geen diagnostische verschillen beschreven in de bronnen voor veldscheiding. De Zeekoet staat bekend om een luide, grommende "murrrr" roep bij kolonies, terwijl de roepen van de Alk hier niet zijn beschreven. De stem is niet een betrouwbare scheider op basis van deze aantekeningen.